De Romeinse limes*
De opstand van Julius Civilis 69
Toen Nero 't brandje aan-, zijn adem uitgeblazen had
sprak de Bataaf gedurende stand zestig en nog negen:
‘Een opstand in hetzelfde jaar komt ons zeer gelegen'
en weldra kozen de Romeinen het onverharde hazenpad
Grensverleggend vluchtten ze vanaf d'antieke kazemat
Verlaten werden Rijn en Waal, de wilde waterwegen
van Katwijk aan de kust, langs Utrecht tot Nijmégen
dus Julius Civilis dacht dat hij hen mooi te grazen had
Wie later denkt: ik voel me toch zo'n zuivere Bataaf
zo vaderlandsgezellig en van vreemde smetten vrij
zo grenzeloos goudeerlijk, zo vurig vol van dapperij
een nationale held, een kampioen, een hagelwitte raaf
moet beter in 't verleden duiken, zoeken, spitten, graven
vooral bedenken: ‘t Waren domme jongens die Bataven
*grens
Aar Noordam Rijmer des Vaderlands
Historische canon (2)
Illustratie: www.entoen.nu